Home Geschiedenis

Main Menu

Muay Thai

music videos



Designed by:

Gebruikerswaardering: / 1
LaagsteHoogste 
maandag, 24 mei 2010 09:04

De geschiedenis van Marokko

Dit artikel handelt over de geschiedenis van Marokko. De oudste Marokkaanse cultuur, de Capsische cultuur, ontstond in Marokko rond 8000 v.Chr., dus in het Neolithicum, een tijd waarin de Maghreb een minder droog klimaat had dan nu. De Berberse talen arriveerden waarschijnlijk rond dezelfde tijd als de landbouw, en werd overgenomen door de plaatselijke bevolking.

Romeinse tijd

De kustregio's van huidig Marokko hadden een Neolithische cultuur die vergelijkbaar was met de hele Middellandse Zee regio. De Berbers leefden ten zuiden van het Atlasgebergte waar nu de Sahara woestijn zich uitstrekt. Na 2000 v.Chr. trokken de Berbers naar het noorden, omdat door de klimaatverandering de regio niet meer leefbaar was. Ze vestigden zich in wat nu Marokko heet.

Fenicische handelaars, die waren doorgedrongen tot het westelijke Middellandse Zee gebied voor de 6e eeuw v.Chr., hadden nederzettingen gebouwd aan de kusten en aan de rivieroevers in hetzelfde gebied. Deze dienden om zout en grondstoffen op te slaan. De komst van de Feniciërs vormde het begin van eeuwen van vreemde overheersing in noordelijk Marokko. Carthago onderhield commerciële relaties met de Berberstammen van het binnenland en betaalde hen jaarlijks om zich van hun medewerking te verzekeren bij het ontginnen van grondstoffen.

Tegen de 5e eeuw v.Chr. had zijn Carthago haar invloed vergroot over heel Noord-Afrika. Tegen de 2e eeuw v.Chr. ontwikkelden zich verschillende grote, maar zwak bestuurde, Berber koninkrijken. De Berber koningen regeerden in de schaduw van Carthago en de Romeinse Republiek, vaak als satellietstaten. Na de val van Carthago (in 146 v.Chr.) werd het gebied bij het Romeinse Rijk gevoegd als de provincia, oftewel vazalstaat, Mauretania. In 44 na Chr. splitst keizer Claudius deze provincie op in Mauretania Caesariensis en Mauretania Tingitana. Rome regeerde over het gebied liever door allianties met de stammen dan door militaire bezetting. Ze bestuurden alleen de gebieden die van economisch nut waren of die makkelijk te verdedigen waren, waardoor het Romeinse bestuur niet verder kwam dan de kusten en nabije valleien. In de 5e eeuw viel de regio ten prooi aan de Vandalen, de Visigothen, en dan het Byzantijnse Rijk in snelle opvolging. Gedurende deze periode bleven de gebergtes in handen van hun Berberse bewoners.

Het Christendom werd geïntroduceerd in de 2e eeuw en kreeg volgelingen onder de stadsbewoners, slaven en Berberse boeren. Tegen het einde van de 4e eeuw waren de geromaniseerde gebieden gekerstend, en volgelingen bevonden zich ook onder de Berber stammen, die zich soms collectief bekeerden. Het gebied had ook een aanzienlijke Joodse bevolking.

 

 
The Hassan Tower, een onvoltooide minaret gebouwd in Rabat tijdens het bewind van de Almohaden.

Vroeg-islamitisch Marokko

De Arabieren veroverden de regio in de 7e eeuw een brachten hun cultuur en de Islam, waartoe de meeste Berbers zich bekeerden. Hoewel het een deel was van het grotere Arabische Rijk werden vazalstaten zoals het koninkrijk van Nekor gevormd. Arabische veroveraars bekeerden de autochtone Berber bevolking tot de Islam, maar Berberse stammen behielden hun eigen wetten. De regio brak snel los van het grote Arabische Rijk en de controle van de verre Abbasid kaliefen in Bagdad onder Idris ibn Abdallah, een Arabier en nakomeling van de Profeet, die de Idrisiden dynastie stichtte. Marokko werd een grootmacht en een centrum van cultuur en kennis.

Marokko bereikte haar hoogtepunt onder een serie van Berberse dynastieën. De 11e en 12e eeuw brachten een aantal Berberse dynastieën (o.a. Almoraviden, Almohaden, Meriniden) voort die elk ontstonden uit een alliantie van stammen, en de Maghreb gingen onderwerpen voor meer dan twee eeuwen. Maar uiteindelijk het allemaal een politieke mislukking te zijn, omdat geen van hen de verschillende stammen voor altijd kon verenigen. In 1559 viel de regio in handen van Arabische stammen die meenden afstammelingen te zijn van de profeet Mohammed: eerst de Saadi-dynastie die regeerde van 1511 tot 1659 en dan de Alaoui-dynastie, die een dynastie creëerde die de macht behield sinds de 17e eeuw.

 
Aït Benhaddou 's avonds

 

Begin van de Alaouite-dynastie

Moulay Ali Cherif nam de macht als Sultan van Tafilalt en wordt beschouwd als de stichter van de Alaouite-dynastie. Nadat de Saadi-dynastie in 1659 was gevallen, begonnen de Alaouiten de controle van Marokko over te nemen. Moulay Ali Cherif's zoon , Al-Rashid van Marokko, werd op 22 oktober 1664 in Fez uitgeroepen tot Sultan van Marokko. Al-Rashid nam Marrakesh in op 7 september 1668.

Marokko (1660-1912)

De Alaouiten slaagden erin om hun positie te versterken, en hoewel het koninkrijk kleiner was dan de vorige rijken in de regio bleef het toch welvarend. De Alaouiten slaagden er ook in om gebieden in te lijven over verschillende eeuwen: Tanger (1684), en El Jadida (1769) van de Portugezen. In 1895 kochten ze kaap Juby van het Britse Rijk.

Ondanks de zwakte van haar autoriteit, slaagde de Alaouite- dynastie erin om Marokko tijdens de 18e en 19e eeuw onafhankelijk te houden, terwijl andere staten in de regio overgenomen werden door het Ottomaanse Rijk, Frankrijk of het Britse Rijk. Maar in de late 19e eeuw lokte Marokko's zwakte en instabiliteit Europese interventie uit om bedreigde investeringen te beschermen en economische concessies af te dwingen. In de eerste jaren van de 20e eeuw vond een reeks diplomatieke manoeuvres plaats waarbij de Europese mogendheden en Frankrijk in het bijzonder hun interesses in Noord-Afrika lieten blijken. Disputen over Marokkaanse soevereiniteit waren een onderdeel in de kettingreactie die leidde tot de Eerste Wereldoorlog.

 

 

 

De Franse artillerie in Rabat in 1911

Europese invloed

De succesvolle pogingen in de 15e eeuw van Portugal om de Atlantische kusten te veroveren hadden geen effect op het mediterrane hart van Marokko. Na de napoleontische oorlogen, werden Egypte en de Noord-Afrikaanse Maghreb steeds moeilijker bestuurbaar vanuit het Ottomaanse Istanboel. En terwijl Europa meer industrialiseerde groeide het belang van de kolonisatie van Noord-Afrika. De Maghreb had een veel grotere bewezen rijkdom dan de onbekende rest van Afrika en was van strategisch belang als uitgang van de Middellandse zee. Voor het eerst werd Marokko van belang voor de Europese mogendheden. Frankrijk toonde vanaf 1830 een sterke interesse in Marokko. Erkenning door het Verenigd Koninkrijk van de Franse invloedssfeer in 1904 in de Entente cordiale veroorzaakte een Duitse reactie; deze Eerste Marokkaanse Crisis van 1905-1906 werd opgelost tijdens de Internationale conventie te Algeciras in 1906, waarin Frankrijks 'speciale positie' geformaliseerd werd, bestuur van Marokko werd toevertrouwd aan Frankrijk en Spanje, en Duitsland een diplomatieke nederlaag leed. Duitsland blijft daarvoor compensatie zoeken, hetgeen in 1911 leidt tot de Tweede Marokkaanse Crisis. Die verhoogt de spanning tussen de Europese grootmachten, maar het verdrag van Fez (getekend op 30 maart 1912) maakte van Marokko een protectoraat van Frankrijk. Door datzelfde verdrag nam Spanje de rol op zich, per 2 november dat zelfde jaar, van beschermende macht over een noordelijke zone (protectoraat van Tetouan) en zuidelijke zone (Kaap Juby). Tanger kreeg een speciale internationale status. Theoretisch gezien veranderde het verdrag niets aan de soevereine status van Marokko; de sultan zou de enige soevereine heerser blijven. Maar daar kwam praktisch niet veel van terecht.

Onder het protectoraat gingen Franse burgers zich in Marokko vestigen en gingen zich verenigen met medestanders in Frankrijk om elke stap naar meer Marokkaanse autonomie tegen te gaan. De Franse regering stimuleerde economische ontwikkeling, in het bijzonder de ontginning van Marokko's minerale rijkdommen, de creatie van een modern transportsysteem, en de ontwikkeling van een moderne landbouwsector die afgestemd was op de Franse markt. Tienduizenden kolonisten kochten in Marokko grote hoeveelheden landbouwgrond. Belangengroepen stuurden de Franse regering om meer directe controle van Marokko op zich te nemen.

Oppositie tegen Europees bestuur

Op 18 september 1921 werd de separatistische republiek van de Rif uitgeroepen door de Riffijnse bevolking. Er zou door Spaanse en Franse troepen een eind aan gemaakt worden op 27 mei 1926.

In december 1934 stelde een kleine groep van nationalisten van het nieuw opgerichte Marokkaanse Actie Comité (Comité d'Action Marocaine) voor, om een hervormingsplan in te voeren dat streefde naar het herinvoeren van het verdrag van Fez. Dit verdrag hield in dat Marokkanen zouden worden toegelaten op regeringsposten. De gematigde tactieken die door het CAM gebruikt werden bleken inadequaat, en door het mislukken van het plan ontstonden spanningen in de groep die daardoor uiteenviel.

Nationalistische politieke partijen, die opgericht werden onder het Franse protectoraat, baseerden hun argumenten voor Marokkaanse onafhankelijkheid op WOII declaraties zoals het Atlantisch Handvest (een Amerikaans-Britse verklaring die o.a. stelde dat alle volkeren recht hebben om hun eigen regering te kiezen).

Vele Marokkanen streden mee met de Amerikanen in beide wereldoorlogen. Tijdens de tweede wereldoorlog begon de verdeelde Marokkaanse nationalistische beweging met hervormingen en vormde een sterker front bij de gedachte aan politieke verandering in de naoorlogse tijd. De Istiqlal partij, die vervolgens de meeste leiders van de nationalistische beweging leverde, gaf in januari 1944 een manifest uit waarin zij volledige onafhankelijkheid, nationale hereniging, en een democratische grondwet eiste. De sultan ging akkoord met het manifest voordat het aan de Franse autoriteiten werd voorgelegd. De Fransen antwoordden dat geen verandering in de status van het protectoraat in overweging genomen werd. De algemene sympathie van de sultan voor de nationalistische beweging werd duidelijk tegen het einde van de oorlog, maar hij hoopte nog steeds om die onafhankelijkheid geleidelijk te bereiken. De Franse resident-generaal daarentegen, het oog gericht op de Franse economische belangen en krachtig gesteund door het merendeel van de Franse kolonisten, weigerde resoluut om zelfs maar hervormingen te overwegen die minder ver gingen dan onafhankelijkheid. Dit droeg bij tot toenemende vijandigheid tussen de nationalisten en de kolonisten, en tot geleidelijke verwijdering tussen de sultan en de resident-generaal.

In december 1952 braken er protesten uit in Casablanca naar aanleiding van de moord op een Tunesische vakbondsleider. Door deze gebeurtenis tekende zich een breuk af in relaties tussen Marokkaanse partijleiders en Franse autoriteiten. In de nasleep van de protesten werden de Marokkaanse communistische partij en Istiqlal partij buiten de wet gesteld. Franse verbanning van de zeer gerespecteerde sultan Mohammed V naar Madagaskar in 1953 en diens vervanging door de gehate Mohammed ibn Arafa, wiens aanstelling als illegitiem gezien werd, zorgde voor actieve oppositie tegen het Franse protectoraat door nationalisten en diegenen die de sultan zagen als een religieus leider. Toen de Franse autoriteiten twee jaar later geconfronteerd werden met een verenigde Marokkaanse eis voor terugkeer van de sultan, oplaaiend geweld in Marokko, en verslechtering van de situatie in Algerije, brachten de Fransen Mohammed V terug naar Marokko. Onderhandelingen die zouden leiden tot Marokkaanse onafhankelijkheid begonnen een jaar later.

 


Casablanca in de jaren '50

 
Het Mausoleum van Mohammed V in Rabat

Onafhankelijkheid in 1956

Eind 1955 onderhandelde Mohammed V succesvol de graduele restauratie van Marokkaanse onafhankelijkheid van Frankrijk. De sultan ging akkoord met hervormingen die Marokko zouden transformeren in een constitutionele monarchie met een democratische vorm van regering. In februari 1956 verkreeg Marokko een beperkte vorm van autonomie. Onderhandelingen voor volledige onafhankelijkheid werden voortgezet in het Frans-Marokkaans akkoord dat getekend werd in Parijs op 2 maart 1956. Op 7 april van dat jaar, erkende Frankrijk Marokko officieel als een soeverein onafhankelijk land en deed hiermee afstand van haar protectoraat in Marokko. De geïnternationaliseerde stad van Tanger werd gereïntegreerd in Marokko met het tekenen van het Tanger Protocol op 29 oktober 1956. Het opheffing van het Spaans protectoraat en de erkenning van Marokkaanse onafhankelijkheid door Spanje werden afzonderlijk onderhandeld en afgerond in april 1956. In 1958 werd Marokkaanse controle over bepaalde gebieden die door Spanje bezet waren gerestaureerd.

In de maanden die volgden op de onafhankelijkheid, begon Mohammed V met het bouwen van een regeringsstructuur onder een constitutionele monarchie waarin de sultan een actieve politieke rol zou spelen. Hij werkte bedachtzaam, zonder intentie van het toelaten van radicale elementen die de zojuist ingestelde orde omver zouden werpen. Hij had ook de intentie om de Istiqlal partij tegen te houden in het oprichten van een één-partij staat. In augustus 1957 nam Mohammed V de titel van koning aan.

Hassan II

Hassan II werd op 3 maart 1961 koning van Marokko. Zijn bestuur zou gekenmerkt worden door politieke onrust. De nieuwe koning nam persoonlijk de controle van de regering als eerste minister en benoemde een nieuw kabinet. Geholpen door een raad van adviseurs, maakte hij een nieuwe grondwet, die overweldigend werd goedgekeurd in een referendum in december 1962. Die grondwet bepaalde dat de koning de centrale figuur bleef van de uitvoerende macht, maar de wetgevende macht werd gegeven aan het parlement met een tweekamerstelsel. In mei 1963 werden voor het eerst parlementaire verkiezingen gehouden waarin een koninklijke coalitie een kleine meerderheid in zetels kon bemachtigen. Maar na een periode van politieke onrust in juni 1965 nam Hassan II de volledige wetgevende en uitvoerende macht in handen onder een 'uitzonderlijke status' en dit bleef zo tot 1970. Daarna werd een grondwetswijziging goedgekeurd met beperkte parlementaire vrijheid, waarna nieuwe verkiezingen werden gehouden. Maar de spanning bleef, dit keer rond klachten van wijdverspreide corruptie en het slechte bestuur van de regering. In juli 1971 en weer in augustus 1972, werd het regime uitgedaagd door militaire coups. De draad bleef gespannen in het land.

Na Algerijnse onafhankelijkheid in 1962 van Frankrijk, vonden vuurgevechten plaats aan de grenzen van de Tindouf provincie in zuid-westelijk Algerije, die escaleerden in een oorlog gekend als de Zanden Oorlog. Marokko viel die provincie aan om die voor een Groter Marokko op te eisen. De inval mislukte echter, en Marokko was verplicht zich terug te trekken achter de oude grens. Deze grens bleef een bron van discussie tot er een akkoord bereikt werd. Marokko maakt niet langer aanspraken op Algerijnse gebieden.

Ondanks serieuze binnenlandse problemen, nam het patriotisme toe met de Marokkaanse deelname aan het Midden-Oosten conflict en de kwestie van de Westelijke Sahara. Deze droegen bij tot de populariteit van Hassan II en verstevigden zijn politieke plaats. De koning had troepen gestuurd naar het Sinai-front in de Arabisch-Israëlische oorlog in oktober 1973. Hoewel ze te laat kwamen om mee te doen aan de vijandelijkheden, werd de actie geapprecieerd door de Arabische staten. Kort daarachter werd de aandacht van de regering gericht op het inlijven van de Westelijke Sahara, een punt waarop alle partijen instemden.

De Westelijke Sahara kwestie

De Westelijke Sahara is een gebied dat zowel geclaimd wordt door de Polisario (die in Algerije en de "free zone", het gebied dat bestuurd wordt door Polisario, ADRS als naam aangenomen heeft) als door Marokko. De VN noemt het gebied een "non-selfgoverning territory". De facto wordt het grootste deel bestuurd door de Marokkaanse autoriteiten. In dit gebied is volgens verschillende mensenrechtenorganisaties, waaronder Amnesty International, sprake van mensenrechtenschendingen tegen de inheemse bevolking, de Saharanen.

Mohammed VI

Graduele politieke hervormingen in de jaren '90 vonden plaats en met de dood van koning Hassan II in 1999, nam de meer liberale kroonprins Sidi Mohammed, die de titel van Mohammed VI aannam, de troon. Vanaf toen nam hij succesvolle stappen om Marokko te moderniseren en de mensenrechtensituatie te verbeteren. Een van de konings eerste daden was het vrijlaten van 8.000 politieke gevangenen en het verminderen in straf voor 30.000 anderen. Hij richtte ook een fonds op om de families van vermiste politieke activisten met financiële hulp te compenseren. In september 2002 werden nieuwe verkiezingen gehouden, die de USFP overtuigend won. Internationale waarnemers beschouwden de verkiezingen als vrij en eerlijk, anders dan de 1997 verkiezingen. Onder Mohammed VI heeft Marokko een pad ingeslagen van economische, politieke en sociale hervormingen en modernisering. In mei 2003, ter ere van de geboorte van een zoon, en kroonprins, Moulay Hassan, beval de koning de gratieverlening voor 9.000 gevangen en een strafvermindering voor 38.000 anderen. In 2004, werden hervormingen in werking gesteld van de burgerlijke stand die de positie van de vrouw moesten verbeteren.

Internationaal behoudt Marokko een gematigde status, met sterke banden met het Westen. Het was een van de eerste Arabische en Islamistische staten om de aanslagen van 11 september te veroordelen. In juni 2004 kreeg Marokko de status van major non-Nato ally van de VS in beloning van Marokko's pogingen om terorrisme te bestrijden. Eind 2008 werd Marokko het "geavanceerde status" toebedeeld door de EU. Dit wil zeggen dat Marokko meer dan een bondgenoot is, maar minder dan een lidstaat.

 

Sponsors